Het Zelf is in alle wezens gelijk, en Ik koester voor niemand voorliefde of haat. Maar, hen die Mij met liefde en toewijding aanbidden, zijn in Mij en Ik in hen. (Zie ook 07.18) (09.29)
|
Meditatie Technieken
Meditatie bestaat al duizenden jaren met de Verhevene Heer Krishna, Gautama Boeddha, Jezus Christus en noem
maar op, om het bewustzijn om te schakelen naar hogere niveaus. Andersom, wie mediteert, verlaat het
gebruikelijke niveau van het wakende bewustzijn en begeeft zich in tot dan toe onverkende gebieden van zijn
persoonlijkheid. Datgene wat betekent, dat het bewustzijn tijdens de meditatie wordt tegelijkertijd verbreed,
verdiept, en verhoogd.
De psycholoog Carl Gustav Jung onderscheidt naast het bewuste, de diepere lagen die erachter schuilt, namelijk
het onbewuste en het collectief onbewuste met zijn archetypen of oerbeelden van het menselijk handelen en van
het opvattingvermogen. Het zijn structuurelementen van het gemeenschappelijke onbewuste die in de meditatie, of
in een droom geactualiseerd kunnen worden. Om te dromen moet men in een slaaptoestand verkeren, maar bij het
stil worden van de bewuste activiteiten langs de meditatie blijft men alert en slaapt men niet.
In de meditatie wordt iets zichtbaar dat altijd is geweest, zijnde de houding van constante concentratie vol overgave,
van zuivere openheid zoals in Gita 6: 10-26 is voorgeschreven:
De yogi behoort voortdurend in de eenzaamheid en stilte te verblijven om zich op de Verhevene Wezen te
concentreren, na het gemoed en de zinnen te hebben beheerst, vrij van begeerte en drang naar bezit. (06.10)
Op een reine plek gezeten, op een eigen vaste zitplaats die niet te hoog of te laag is, bedekt met een laken, de huid
van een antilopenhuid en kushagras, boven op elkaar gelegd. Laat hem daar, als hij het denken eenpuntig
gemaakt heeft met zijn gedachten en zintuigen onder beheersing, en op die zitplaats gezeten zich richten op
meditatie om het zelf te zuiveren. (06.11-12)
Met zijn lichaam, hoofd en hals rechtop, onbeweeglijk en bedaard, gaat hij met gesloten ogen de blik gericht op de
punt van de neus, in geen andere richting kijken. Zo dient hij er te zitten innerlijk in vrede, onbevreesd,
onwrikbaar in het celibaatleven (de belofte van een Brahmachari), zijn denken beheersend, zijn gedachten gericht
op Mij als het verheven doel. (Zie ook 04.29, 05.27, 08.10 en 08.12) (06.13-14)
De yogi die zijn denkvermogen beheerst, en aldus steeds gericht is op Mij, komt tot de vrede van Brahma-nirvâna,
en dat is in Mij. (06.15)
Alvast is deze yoga niet geschikt voor hem die te veel eet, ook niet die overdreven vast; die teveel of te weinig
slaapt, o Arjuna. (06.15)
De yoga der meditatie verdrijft alle pijn voor hem, die matig is in eten en ontspanning, matig in zijn gedragingen,
matig in slapen en waken. (06.17)
Als hij zo, met een beheerst gemoed, in de Eeuwige Wezen (Brahma) verblijft, vrij van verlangen naar alle
begerenswaardige dingen, dan wordt er gezegd dat hij Brahma in Samâdhi (Trance) heeft bereikt. (06.18)
Als een lamp die, tegen de wind beschut, niet flikkert, hiermee vergelijkt men het beheerste gemoed van de yogi
in meditatie op de Eeuwige Wezen (Brahma). (06.19)
Wanneer door de beoefening van de meditatie het denkvermogen tot rust gekomen is, dan openbaart de Eeuwige
Wezen (Brahma) zich. Als de persoon het eenmaal met het gezuiverde intellect heeft gezien, dan vindt hij
vervulling en tevredenheid. (06.20)
Wanneer iemand de oneindige gelukzaligheid kent, die in het intellect wordt waargenomen en die buiten het
bereik der zinnen ligt; zijnde aldus, in de Eeuwige Wezen (Brahma) gerealiseerd, is hij van de absolute realiteit
nooit gescheiden. ( Zie ook KaU 3.12) (06.21)
Wanneer hij, na Zelfrealisatie bereikt te hebben, inziet dat er niets hogers of beters kan zijn, als daarin gevestigd,
kan het grootste leed hem niet doen wankelen. (06.22)
Dan zal hij weten dat dit verheven zijn boven de vereenzelviging met pijn, yoga wordt genoemd. Deze yoga moet
met een vastberaden en standvastig gemoed beoefend worden. (06.23)
Wanneer hij elk baatzuchtige verlangen, die door voornemens zijn ontstaan, achter zich heeft gelaten, en door het
denkvermogen de zinnen en organen onderworpen heeft aan de Eeuwige Wezen (Brahma), zal hij langzaam maar
zeker, door geduld, voortdurende inspanning en beheerste rede tot innerlijke kalmte komen, om aan niets anders
te denken. (06.24-25)
Hoe het rusteloze en ongestadige denkvermogen ook moge ronddolen, moet hij het beheersen en terugbrengen
onder de macht van de Heer Kŗşna, de Verhevene Personaliteit van de Goddelijkheid. (06.26)
Voor ons heeft het tot doel de Verhevene Heer in eigen leven tot realiteit te maken. Eigenlijk is het einddoel van
de meditatie, de bewuste vereniging met God. We zijn allemaal kinderen van de Verhevene, maar de bewuste
eenheid met God moet nog waar gemaakt worden. We geloven misschien wel in God, maar dat geloof is geen
werkelijkheid in ons leven. We geloven alleen in God omdat we naar een massa bijéénkomst zijn geweest in een
stadium ergens, of een bedevaartplaats van eender welke godsdienst; omdat we ons door de ene of de andere
heilige aangesproken voelen; omdat een Yogi of een spirituele meester overtuigend in mooie, diepgaande woorden
het bestaan van God plechtig heeft verklaard, omdat wij in nood nog eens willen proberen de Verhevene Heer te
naderen. Toch als we regelmatig mediteren, dan komt er een moment waarop we een bewuste eenheid met God tot
stand brengen.
Meditatieve toestanden zijn ons allemaal bekend, maar ons modern leven verdringt onze Godsbewustzijn. Daarom
hebben we technieken nodig die ons kunnen helpen de toestand van totale rust, van passiviteit, nietsdoen, van
overgave aan het ‘gewoon zozijn’ mogelijk te maken. De therapie door meditatie beoogt niet enkel de individuatie,
maar ook de geestelijke groei en de zelfrealisatie (svarūpa). Het hoogste doel van de mens, of we het nu wijsheid of
verlichting noemen, is het vermogen alles te aanschouwen en te erkennen dat het goed is, aangehaald in de
Bhagavad – Gītā die de zelfkennis ondersteund, en het vruchtbaar maken van de innerlijke schaduw.
Sri Krishna mediteerde; Hij werd de verpersoonlijkheid van de goddelijke en sublieme liefde. Boeddha mediteerde;
Hij werd de verpersoonlijking van het goddelijke Licht. Christus mediteerde; Hij werd de verpersoonlijking van de
goddelijke barmhartigheid. Nu vraagt God van ons om te mediteren; Hij wil dat wij de verpersoonlijking van het
goddelijke Leven worden.
Meditatie Praktijk
(Voorbereiding, Houding, Ademhaling)
(1) Uw favoriete plek moet de plaats van uw meditatie oefeningen worden. Het moet een ruimte zijn waar u
rustig en ongestoord kunt blijven.
(2) Zorgen dat u de ruimte tijdens de meditatie kunt verduisteren. Geen wierook of andere geuren gebruiken,
evenmin muziek tijdens de meditatie. De totale stilte is vanzelfsprekend.
(3) Was u alvorens te mediteren, gezicht, handen en voeten, of neem zelfs een bad of een douche. Voor de
reiniging van het bewustzijn is het beslist nodig dat eerst het lichaam wordt gereinigd. Ook uw kleding moet netjes
zijn. Draag liefst een losse kledingstuk voor de meditatie.
(4) Mediteer altijd op hetzelfde tijdstip. In alles wat men doet is een bepaald ritme voor eigen leven heel
bijzonder. Mediteer bij zonsopgang en -ondergang, in de namiddag en middernacht. In ieder geval probeer dagelijks
op een vaste tijd te mediteren, al kunt u het maar éénmaal per dag doen. Probeer iedere dag alleen te mediteren.
Toch, geldt dat niet voor echtparen, daar ze samen kunnen mediteren. Ook oprechte spirituele vrienden, die elkaar
innerlijk goed begrijpen, kunnen samen mediteren. Meditatie in een “Satsang” (vergadering) met anderen is ook
belangrijk, maar voor de dagelijkse persoonlijke meditatie is het best om alleen in eigen ruimte te mediteren.
(5) De houding is zoveel mogelijk zoals voorgeschreven in Gītā 6, de verzen 13 en 14:
Met zijn lichaam, hoofd en hals rechtop, onbeweeglijk en bedaard, gaat hij met gesloten ogen de blik gericht op de
punt van de neus, in geen andere richting kijken. Zo dient hij er te zitten innerlijk in vrede, onbevreesd,
onwrikbaar in het celibaatleven (de belofte van een Brahmachari), zijn denken beheersend, zijn gedachten gericht
op Mij als het verheven doel. (Zie ook 04.29, 05.27, 08.10 en 08.12) (06.13-14)
Breek alle psychische en lichamelijke spanningen af om nieuwe bewustzijnsgebieden te ontsluiten. Concentreert u
telkens op de gekozen meditatie oefening. Ogen afgesloten of dicht is op het oneindige gericht, en dat gevoel krijgt
u ook. De halfgesloten of gesloten ogen richten zich op een punt op de grond, op ongeveer één meter afstand.
(6) Bij alle meditatie oefeningen zitten we. We zoeken ons lichamelijke zwaartepunt op, en stellen onze
ruggengraat en ons hoofd in een rechte lijn boven dit zwaartepunt op. Kan men als Westerse mens de lotushouding
niet aan, gaan we toch op een stoel zitten zonder tegen de leuning te komen. We zitten zover naar voren dat de
knieën iets lager zijn dan de zitting. We doen de knieën losjes uit elkaar. De benen kruisen we ter hoogte van de
enkels, zodat de buitenranden van onze voeten de grond raken. Onze handen leggen we als twee schalen in onze
schoot over elkaar, de linker op de rechter. Een bijzondere ontspannende zithouding is de hielzit. Daarbij knielt u
op een deken en laat uw lichaam naar achteren zakken totdat u op uw hakken zit. De buitenkanten van de
voetgewrichten liggen plat op de grond, de grote tenen rakken elkaar. Het bovenlichaam moet rechtop blijven. Om
deze houding nog te vergemakkelijken, kan men een bankje vervaardigen of kopen in een gespecialiseerde
handelszaak. Gaat nooit liggen om te mediteren.
(7) De adem is de basis van alle leven. In meditatie is het heel belangrijk om op de juiste manier te ademen.
Daardoor onstaat automatisch spanningsopbouw en spanningsafbraak, inademen en uitademen. Als u ademt,
probeer dan zo langzaam en zo rustig mogelijk in te ademen. En als u uitademt probeer dan nog langzamer dan het
inademen. Laat, indien mogelijk, een korte pauze tussen het einde van de eerste inademing en het begin van de
tweede inademing; probeer uw adem dan een paar seconden vast te houden. Toch als het moeilijk gaat moet u het
niet doen. Doe nooit iets wat uw organen of ademhalingssysteem kan schaden. Een andere methode kan als volgt.
In de meditatiehouding ontspant u zich, en begint dan een gecontroleerde ademhalingsoefening. U ademt gewoon
weg een seconde diep in. Als u innerlijk het getal “eenentwintig” langzaam uitspreekt, heeft u ongeveer de
tijdsduur van een seconde. Dan ademt u nadrukkelijk uit, en het mag ook niet langer dan een seconde duren. U
telt daarbij “twee-entwintig”. U blijft even in deze toestand zonder metéén weer in te ademen. Daarbij telt u in
stilte van “drie-entwintig” tot “dertig”. Het eerste waar u bij het ademen aan moet denken is zuiverheid. Als u bij
het inademen kunt voelen dat de adem direct van de Verhevene Heer, de Zuiverheid zelf komt, dan kan uw adem
gemakkelijk worden gezuiverd.
(8) Meditatie kan alleen werken als u, al is het maar tijdelijk, zich kunt losmaken van de sleur van elke dag.
(9) Observeer de tien geboden van het Hindoeïsme volgens de wijze van Patanjali (Patanjali’s Yoga Sutra 2.30-
32)
1. Geweldloosheid
2. Waarheidsliefde
3. Eerlijkheid (zich niets onregelmatig toe-eigenen)
4. Celibaat of controle over de zinnen
5. Niet bezitzuchtig zijn, onhebzuchtigheid
6. Zuiverheid in gedachte, woord en daad
7. Tevredenheid
8. Strenge soberheid
9. Studie der Schriften, en
10. Zelfovergave aan God in gelovig en liefdevolle devotie
Concentratie, Meditatie, Contemplatie
Concentratie betekent innerlijke waakzaamheid, innerlijke alertheid, en is de dynamische wilskracht van het
gemoed, die ervoor zorgt dat we het licht aanvaarden en de duisternis verwerpen. Concentratie is de goddelijke
strijder in onszelf. Van de wegen die naar het doel leiden, is concentratie de veiligste; of dat doel nu Godrealisatie
is, of gewoon de vervulling van menselijke begeerten. Langs het pad der Gîtâ, de toegewijde yogi, wanneer hij of zij
ook maar zijn krachten op het gebied van het zielenleven concentreert, door toewijding, meditatie, onbaatzuchtige
liefde en dienstbaarheid hoge ogenblikken gaat bereiken en dan ademt men, door een daad van de wilskracht, zijn
spirituele en verhevene bedoelingen, plannen en ervaringen uit. Als het licht van de ziel, het hogere Zelf eenmaal
in het gemoed is binnengedrongen, dan kunnen we ons voor een heel lange tijd op een voorwerp concentreren, of
plannen uitvoeren in het dagelijkse leven, zonder dat er twijfels of angsten te voorschijn komen. Zolang het
mentale vervuld is met het licht van de ziel, kunnen geen negatieve krachten binnendringen.
Meditatie is de bewuste groei in het oneindige. Als we mediteren, gaan we feitelijk een gemoed binnen dat leeg, stil
en rustig is, en we laten ons voeden en verzorgen door de Verhevene Geest, die de oneindigheid zelf is. Eigenlijk
het werk van de ziel in de meditatie is het punt in het mediteren zo positief te stellen, dat er een indruk gemaakt
kan worden op het lager denkvermogen, zodat de lagere mens in éénlijnigheid met de Schepper en schepping (het
Eeuwige Plan) gebracht wordt. Bij concentratie richten we ons op één doel. Bij meditatie breiden we ons bewustzijn
uit, tot we de uitgestrektheid bereikt hebben; en dan dringen we in het bewustzijn van het Oneindige.
Bij contemplatie groeien we in de uitgestrektheid zelf, en dan wordt het bewustzijn van die uitgestrektheid ons
eigen bewustzijn. In contemplatie heeft de ziel zich totaal van de wereld teruggetrokken, zelfs voor een moment,
om in de “geheime plaats van de Verhevene” te verkeren, het gelukzalige, innerlijke en spirituele visioen
aanschouwend, in totale rust en vrede. Met andere woorden, tijdens het aanschouwen voelen we dat het gehele
universum, met al zijn oneindige licht, zijn vrede, geluk en waarheid, in ons zelf houden. In de hoogste graad der
contemplatie voelen we dat we niets dan het Bewustzijn zelf zijn; we zijn één met de Verhevene Absolute. Om nog
duidelijker te zijn, of verdere vragen aan te wakkeren: “We concentreren met de verlichtende wilskracht van het
gemoed. We mediteren met de zich uitbreidende uitgestrektheid van het hart. We bespiegelen met de vervullende
eenheid der ziel.” Ieder toegewijde yogi moet weten dat in concentratie het lagere denkvermogen is gericht op het
hogere; door de meditatie het vermogen van het denkvermogen houdt zich in het licht, en in dat licht het ware doel
van het leven wordt aangevoeld, en men weet wat we moeten doen of laten, daar de Kosmische Wetten. Door de
contemplatie wordt de toegewijde yogi mogelijk gemaakt die stilte in te gaan, waar hij of zij het goddelijke
denkvermogen kan aanboren. Volledige concentratie is alvast nodig voor hen die met meditatie willen beginnen.
Daarom leert de Heer Krishna Arjuna, in het zesde hoofdstuk, de kunst van dhyana-yoga, of meditatie. Hij noemt
dingen zoals de manier van zitten en houding, maar alleen omdat ze bijdragen tot de totale concentratie, de
‘eenpuntigheid’ van de geest zonder welke geen meditatie mogelijk is. Zoals in alles om succes te boeken is
zelfbeheersing nodig. Wilt u mediteren? “Doe uw ogen dicht en mediteer.”
Samenvatting, en andere meditatie praktijken
De plaats voor de meditatie zou de sereniteit, de eenzaamheid, en de geestelijke atmosfeer van reukvrije,
geluidsvrije, en lichtvrije ruimten van de Himalayas grotten moeten zijn. Massieve, kolossale gebouwen met
bijzondere uitgehouwen marmeren figuren van hemelse bewaarders zijn niet genoeg. Ze zijn dikwijls met de
spiritualiteit tegenstrijdig en helpen enkel godsdienstige commerciële doeleinden.
De acht meditatiestappen volgens Patanjali’s Yoga Sutra (PYS 2.29) zijn:
1. Zedelijk gedrag
2. Geestelijk praktijk
3. De gepaste houding en yogische oefeningen
4. Yogische ademhaling
5. Het terugtrekken van de gevoelens
6. Concentratie
7. Meditatie, en
8. Trance, of superbewuste staat van gevoel.
Men moet de acht stappen één voor één onder eigen leiding volgen om vooruitgang in de meditatie te boeken. Het
gebruik van ademhaling en concentratie technieken zonder de nodige zuivering van het gemoed, en zonder
sublimatie van de gevoelens en verlangens door moreel gedrag en geestelijke praktijken (zie 16.23) kan het
gemoed in gevaarlijke neurotische staten leiden. Patanjali zegt: De zit postuur voor meditatie moet stabiel,
relaxerend en comfortabel zijn voor het individuele fysisch lichaam (PYS 2.46).
Yogische ademhaling is niet de krachtdadigste. Dikwijls gevaarlijk het ophouden van de adem in de longen, zoals
gewoonlijk verkeerd begrepen en in praktijk gebracht. Patanjali definieert deze als de controle van de Prana – de
bio-impuls of de astrale levenskrachten – dat het ademhalingsproces veroorzaakt (PYS 2.49). Het is een
geleidelijke ontwikkeling van onder controle brengen of tot vertraging leiden – door het gebruik van yogische
standaard technieken zoals yogische houdingen, ademhalingsoefeningen, uitsluitingen, en bewegingen – van de bio-
impuls die de motor en de zintuiglijke zenuwen activeren om de ademhaling in regelmaat te brengen evenals
datgene buiten onze controle staat.
Wanneer het lichaam super gevuld is met de grote reservoir van de alomtegenwoordige kosmische stroom
doorheen het oblongata merg, de nood om te ademhalen is verminderd of zelfs verwijderd en waarbij de yogi de
ademloze trance staat behaalt, en dat is de laatste mijlsteen van de geestelijke tocht. De Upanishad zegt: “Geen
enkel sterveling leeft enkel met het ademhalen van zuurstof in de lucht. Ze zijn ook van iets anders afhankelijk.
(KaU 5.05) Jezus zegt: “De mens zal bij brood (voedsel, water, en lucht) alleen niet leven, maar bij alle woord (of
kosmische energie), dat door den mond Gods uitgaat.” (Matth. 4.4) Het ademkoord houd de levende entiteit (ziel)
aan het lichaam-gemoed complex. Een yogi bevrijdt de ziel van het lichaam, en bindt ze met de Superziel tijdens de
ademloze “trance” staat.
Het intrekken van de gevoelens is voor de yogi een grote obstakel in het nakomen van zijn doel. Wanneer het
gevoel is onttrokken; concentratie, meditatie en Samadhi zijn zeer gemakkelijk te bereiken. Het gemoed zou
moeten gecontroleerd en opgeleid worden naar het intellect toe in plaats van langs de hoofdzintuigen zoals het
horen, voelen, zicht, smaak en reuk. Het gemoed is natuurlijke wijze onrustig. Het observeren van het natuurlijke
in- en uit gaan van de adem, en het alternatief ademen brengen het gemoed tot kalmte.
De twee meest gebruikte technieken om het gevoel te beheersen zijn:
1. Concentreer uw volle aandacht op één punt tussen de wenkbrauwen. Voorzie en verbreidt er een sfeer van
een draaiende wit licht.
2. Zingt zo spoedig mogelijk mentaal een mantra of een heilige naam van de Heer, en laat uw gemoed door het
geluid van het mentaal zingen doordringen, zodanig dat u het tikken van een dichtst bijgelegen klok niet meer
hoort. De snelheid en de geluidssterkte van het mentaal zingen moeten vermeerderd worden naargelang de
rusteloosheid van het gemoed, of omgekeerd.
3. Concentratie op een bijzonder aspect van een god, op het geluid van een mantra, op de gang van de
ademhaling naar verschillende energie centra in het lichaam, tussen de wenkbrauwen, op de top van de neus, en op
een ingebeelde karmozijn (rood) lotusbloem binnen de borst centrum, kalmeert het gemoed en schorst het zwerven.
Een eerste eenvoudige meditatie techniek
(1) Was uw gezicht, ogen, handen en voeten; en zit in een keurig, rustige en donkere plaats in een
comfortabel postuur, met hoofd, hals, ruggerecht recht en vertikaal. Geen muziek of wierook is tijdens de
meditatie aanbevolen. De tijd en plaats van de meditatie moet eerst worden vastgesteld. Goed de levensprinciepen,
gedachten, woorden en daden naleven. Bepaalde yogi oefeningen zijn nodig. Middernacht, s’morgens en s’avonds
zijn de beste momenten om te mediteren, 15 tot 25 minuten iedere dag.
(2) Herinnert u een naam of vorm van een persoonlijke god waarin uw geloof gevestigd is en vraag Zijn of
Haar zegen.
(3) Doe uw ogen dicht; neem 5 tot 10 minuten voor trage maar diepe ademhalingen.
(4) Vestig uw blik, uw geest (gemoed), en gevoelens binnen in het centrum van uw borst, de plaats van het
oorzakelijk hart en adem heel traag. Mentaal, zing “Raa” en adem in, en “Maa” en adem uit. Visualiseert mentaal
en volgt de loop van de ademhaling langs de neusgaten, naar het voorhoofd, en naar beneden tot in de borst of de
longen. Voel de adem en de gewaarwordingen in het lichaam, en blijf waakzaam. Tracht uw ademhaling niet te
controleren of te leiden, adem gewoon op een natuurlijke wijze.
(5) Bevestigt uw wil in de gedachte dat het verdwijnt in de grenzeloosheid van de lucht, terwijl u ademt. Indien
uw gemoed van de ademhaling ontwijkt, start opnieuw met stap 4. Wees regelmatig en volhard zonder uitstellen.