HOOFDSTUK 12

Het Pad der Toewijding (Devotie), of Bhakti-Yoga. Eénwording door toewijding. Zie hoofdstuk 3.
1. Commentaar. Vertaald naar R.P.: “Self-realization is more difficult for those who fix their mind on the
impersonal, unmanifest, and formless Absolute; because, comprehension of the unmanifest by embodied beings is
attained with difficulty. “(12.05)

Een persoon dient vrij te zijn van lichamelijke gevoelens en zich vestigen in het gevoelsleven van het Zelf alleen, wil
hij vorderingen maken in het praktiseren van de eredienst der vormloze Absolute. Men wordt bevrijdt van de
lichamelijke conceptie van het leven, wanneer men volledig gezuiverd in totale en enige toewijding met de Verheven
Heer is verbonden. Het bereiken van een dergelijke staat is voor de doorsnee mens onmogelijk, echter wel voor
gevorderde zielen. Daarom, is het voor de gewone zoeker zeker verantwoordt God met een vorm voorstelling te
aanbidden. Dus, is de manier van aanbidding van het individu zelf afhankelijk. Men zou voor zichzelf moeten
uitmaken welke methode voor hem of zij het beste is. Het is volledig nutteloos om aan een kind te vragen een
vormloze God te aanbidden, terwijl de wijze God in elke vorm ziet, en heeft echter geen beeld of prent nodig om God
te aanbidden.

Liefdevolle contemplatie en de eredienst van een persoonlijke God is een nodige eerste stap tot de realisatie van een
onpersoonlijke Absolute. Er wordt ook gezegd dat de devotie  naar een persoonlijke aspect van God ook tot Zijn
transcendentale aspect kan leiden. God is niet enkel een extra kosmische, almachtige Wezen, maar tevens het Zelf
in alle wezens. De aanbidding van God als een persoon in de vorm van iemand’s geprefereerde, persoonlijke god
stimuleert goddelijke liefde tot de opwekking van het zelfbewustzijn, en ten gepaste tijde de ervaring van eenheid.
God, de transcendent, openbaart zich in de zuivere innerlijke psyche van de persoon nadat hij de liefdevolle
contemplatie van de immanente God heeft betracht.

Er is eigenlijk geen verschil tussen de twee paden – het pad der devotie tot een persoonlijke God en het pad van
Zelfkennis tot een onpersoonlijke god in het bereiken van het hoogste doelpunt. In het hoogste stadium van de
realisatie, zijn ze met elkaar verbonden en eengemaakt. Andere wijzen vinden het pad der devotie gemakkelijker
dan de tweede, vooral bij beginnelingen. Naar Tulasidasa is het pad van Zelfkennis moeilijker te begrijpen, te
verklaren, en te volgen. Het is dan ook zeer gemakkelijk te hervallen, of zich op het lage sensuele vlak der
bewustzijn van het pad der Kennis terug te deinzen. (TR 7.118.00) In de volgende twee verzen zegt de Heer dat het
pad der devotie niet gemakkelijk is, toch vlugger dan het pad der Kennis.

De persoonlijke en de onpersoonlijke, de fysieke vorm en de transcendentale vorm, zijn de twee kanten van de
munt der ultieme realiteit. Ramakrishna zei: “Beeldaanbidding is in het begin nodig, maar nadien niet, daar een
stellage nodig is tijdens de constructie van een gebouw.” Een persoon moet eerst leren zijn gedachten en gemoed op
de vorm van een persoonlijke God te richten, en vervolgens na deze te hebben verworven zich op de transcendentale
vorm te vestigen. De hoogste bevrijding is pas mogelijk door de Godrealisatie als het enige Zelf in alle wezens, (BS
4.3.15, ShU 3.07) en het is pas door de devotionele rijpheid in een persoonlijke God en Zijn genade bereikt. Deze
realisatie is de tweede (of geestelijke) geboorte, of de tweede komst van Christus. Jezus zei: het koninkrijk van de
Vader is op aarde verspreidt maar de mensen zien het niet. Een andere heilige zei: het is gelijk een vis die in het
water dorst heeft, en naar water zoekt.

Volgens oude schriften, eender geestelijke praktijk wordt krachtiger, wanneer het wordt voltooid door kennis,
geloof, en contemplatie in een persoonlijke God (ChU 1.01.10). Ascetische praktijken, gebed, naastenliefde,
boetedoening, uitvoeren van offers, belofteaflegging, en andere godsdienstige verplichtingen zijn om het afsmeken
van de Heer’s barmhartigheid nutteloos, zoals tevens onvermengde en zuivere devotie. De magneet (kennis, geloof
en contemplatie) brengt de Heer gemakkelijker naderbij (TR 6.06-07). (Dr. Ramananda Prasad)

5. Commentaar. Een persoon dient vrij te zijn van lichamelijke gevoelens en zich vestigen in het gevoelsleven van
het Zelf alleen, wil hij vorderingen maken in het praktiseren van de eredienst der vormloze Absolute. Men wordt
bevrijdt van de lichamelijke conceptie van het leven, wanneer men volledig gezuiverd in totale en enige toewijding
met de Verheven Heer is verbonden. Het bereiken van een dergelijke staat is voor de doorsnee mens onmogelijk,
echter wel voor gevorderde zielen. Daarom, is het voor de gewone zoeker zeker verantwoordt God met een vorm
voorstelling te aanbidden. Dus, is de manier van aanbidding van het individu zelf afhankelijk. Men zou voor zichzelf
moeten uitmaken welke methode voor hem of zij het beste is. Het is volledig nutteloos om aan een kind te vragen
een vormloze God te aanbidden, terwijl de wijze God in elke vorm ziet, en heeft echter geen beeld of prent nodig om
God te aanbidden.
Liefdevolle contemplatie en de eredienst van een persoonlijke God is een nodige eerste stap tot de realisatie van een
onpersoonlijke Absolute. Er wordt ook gezegd dat de devotie  naar een persoonlijke aspect van God ook tot Zijn
transcendentale aspect kan leiden. God is niet enkel een extra kosmische, almachtige Wezen, maar tevens het Zelf
in alle wezens. De aanbidding van God als een persoon in de vorm van iemand’s geprefereerde, persoonlijke god
stimuleert goddelijke liefde tot de opwekking van het zelfbewustzijn, en ten gepaste tijde de ervaring van eenheid.
God, de transcendent, openbaart zich in de zuivere innerlijke psyche van de persoon nadat hij de liefdevolle
contemplatie van de immanente God heeft betracht.
Er is eigenlijk geen verschil tussen de twee paden – het pad der devotie tot een persoonlijke God en het pad van
Zelfkennis tot een onpersoonlijke god in het bereiken van het hoogste doelpunt. In het hoogste stadium van de
realisatie, zijn ze met elkaar verbonden en eengemaakt. Andere wijzen vinden het pad der devotie gemakkelijker
dan de tweede, vooral bij beginnelingen. Naar Tulasidasa is het pad van Zelfkennis moeilijker te begrijpen, te
verklaren, en te volgen. Het is dan ook zeer gemakkelijk te hervallen, of zich op het lage sensuele vlak der
bewustzijn van het pad der Kennis terug te deinzen. (TR 7.118.00) In de volgende twee verzen zegt de Heer dat het
pad der devotie niet gemakkelijk is, toch vlugger dan het pad der Kennis.
De persoonlijke en de onpersoonlijke, de fysieke vorm en de transcendentale vorm, zijn de twee kanten van de
munt der ultieme realiteit. Ramakrishna zei: “Beeldaanbidding is in het begin nodig, maar nadien niet, daar een
stellage nodig is tijdens de constructie van een gebouw.” Een persoon moet eerst leren zijn gedachten en gemoed op
de vorm van een persoonlijke God te richten, en vervolgens na deze te hebben verworven zich op de transcendentale
vorm te vestigen. De hoogste bevrijding is pas mogelijk door de Godrealisatie als het enige Zelf in alle wezens, (BS
4.3.15, ShU 3.07) en het is pas door de devotionele rijpheid in een persoonlijke God en Zijn genade bereikt. Deze
realisatie is de tweede (of geestelijke) geboorte, of de tweede komst van Christus. Jezus zei: het koninkrijk van de
Vader is op aarde verspreidt maar de mensen zien het niet. Een andere heilige zei: het is gelijk een vis die in het
water dorst heeft, en naar water zoekt.
Volgens oude schriften, eender geestelijke praktijk wordt krachtiger, wanneer het wordt voltooid door kennis,
geloof, en contemplatie in een persoonlijke God (ChU 1.01.10). Ascetische praktijken, gebed, naastenliefde,
boetedoening, uitvoeren van offers, belofteaflegging, en andere godsdienstige verplichtingen zijn om het afsmeken
van de Heer’s barmhartigheid nutteloos, zoals daarbij onvermengde en zuivere devotie. De magneet (kennis, geloof
en contemplatie) brengt de Heer gemakkelijker naderbij (TR 6.06-07). (Dr. Ramananda Prasad)
8. Manas. Zie 03.42.
Buddhi. Zie 06.21.
Vertaald naar R.P.:  “Therefore, focus your mind on Me, and let your intellect dwell upon Me alone through
meditation and contemplation. Thereafter you shall certainly attain Me.”(12.08)
9. Dhananjaya. Zie 02.48.
12. Kennis (Jnana).Geestelijke kennis, of kennis waardoor men in staat is onderscheid te maken tussen het
materiële omhulsel en de geestelijke ziel. Karma-phala-tyaga: afzien van het resultaat van vruchtdragende
activiteit.
19. Geen vaste woonplaats heeft. Wie zich overal thuis voelt en niet gehecht is aan zijn woonplaats. Door zijn
Svabhâva wordt de mens bij de geboorte aangetrokken tot het milieu en de plaats van geboorte. De gehechtheid
eraan is een bron van onrust.
20. Commentaar. Iemand kan niet al de deugden bezitten, maar de oprechte wilskracht om dezen te ontwikkelen, is
door de Heer ten zeerste geapprecieerd. De strijdende is zodoende zeer kostbaar voor de Heer. De hogere klasse van
toegewijden begeren niets, ook niet om de verlossing van de Heer te bekomen, behalve voor een enkele gunst: de
devotie aan de lotusvoeten van een persoonlijke God geboorte na geboorte (TR 2.204.00). De lage klas tiegewijden
gebruiken God als dienaar om hun materiële vragen en begeerten te vervullen. De ontwikkeling van onwankelbare
liefde en devotie aan de lotusvoeten van de Heer is het uiterste doel van alle geestelijke disciplines  en
verdienstelijke daden zowel als het doel van de menselijke geboorte. Een ware devoot beschouwt zichzelf als de
dienaar, de Heer als de meester, en de ganse schepping als Zijn lichaam.
Het pad van devotie is het meest bereikbare voor menige mensen, maar devotie komt niet tot ontwikkeling zonder
de combinatie van persoonlijke wilskracht, geloof en God’s genade. Er zijn negen technieken om devotie aan te
wakkeren – door een intensieve liefde voor God als een persoonlijke Wezen – gebaseerd op Tulasi Ramayana (TR.
3.34.04-3. 35.03) en deze zijn:

1.        De nabijheid van heilige wijzen (mystieken) te zoeken.
2.        Het beluisteren en lezen van verhalen over de Heer’s incarnatie en Zijn scheppingsactiviteiten, behoud en
ontbinding zoals in godsdienstige Schriften aangehaald.
3.        Seva of God dienen door dienstbaarheid aan noodlottigen, heiligen, en de gemeenschap.
4.        Gemeenschappelijke zingen en gezangen tot God’s glorie.
5.        De herhaling van de Naam des Heren en mantras uitgesproken met vast geloof.
6.        Discipline en controle over de zes zinnen, en ongehechtheid.
7.        Eigen persoonlijke God in alles en overal zien.
8.        Tevredenheid en ontzeggen aan verdiensten, daarbij de fouten van anderen te ontzien.
9.        Eenvoud in alles, gemis aan woede, jaloersheid, en haat.

Het beste dat de mens kan doen is een liefde voor God ontwikkelen. De Heer Rama zei dat men de hierboven
aangehaalde methoden dienen in geloof na te leven en God’s liefde naleven om waarlijk een devoot te worden.
Het goede gezelschap van heiligen en wijzen is een krachtige tuig om tot Godrealisatie te komen. Het wordt gezegd
dat vriendschap, discussie, onderhandelingen, en huwelijken met gelijkdenkende of met mensen die beter zijn dan
wij gezocht moet worden, en geenszins met mensen die van een lagere intellectuele stand komen (MB 5.13.117).
Iemand is trouwens in eigen kring steeds beter bekend. Volgens de meeste heiligen en wijzen, is het pad der devotie
eenvoudiger en beter om na te volgen. Men kan beginnen met gewoon een persoonlijke mantra te zingen, of eender
welke naam van God. De ontwikkeling van devotionele dienstbaarheid bepaalt zich tot de volgende praktijken:
luisteren naar spreekbeurten, de heilige naam van God zingen, God in herinnering brengen en Hem aanschouwen,
Hem aanbidden en tot Hem bidden, God en de mensheid dienen, in totale overgave aan Zijn wil. (Dr. Ramananda
Prasad)
Amrita-Dharma. De wetten of plichten die tot onsterfelijkheid leiden.