HOOFDSTUK 17
1. Sastra-vidhim. De regelen der Schrift.
Sattvam. In goedheid. Sattva: harmonie, evenwichtigheid, inzicht; een van de drie gunas, het vermogen om te zien
en waar te nemen.
Rajah. In hartstocht.
Tamah: onwetendheid.
3. Wat zijn ideaal is, dat is hij. Marcus Aurelius: “Uw leven is, wat uw gedachten ervan maken.”
Men kan in elke inspanning succes boeken indien men in een vaste beslissing volhardt (MB 12.153.116). Een persoon
die met een gezuiverd gemoed om het even wat begeert, hij ontvangt de voorwerpen. (MuU 3.01.10). De doener van
goede werken wordt goed, en de doener van het slechte wordt slecht. Men wordt deugdzaam door deugdelijke daden,
en verdorvenheid door gelijke daden (BrU 4.04.05). Men wordt datgene men steeds sterk in gedachten houdt; wat de
motieven ook mogen zijn, zoals ontzag, vrees, jaloersheid, liefde of zelfs haat (BP 11.09.22) Men ontvangt steeds
waar men er naar uitkijkt – bewust of onbewust. De gedachten (het denken) leiden tot handelen, handelen wordt
vlug een gewoonte, en de gewoonte leidt tot succes wat de inspanning ook zijn mag, als door een passie gedreven.
Wordt gepassioneerd in hetgeen ge wilt bereiken. Passie ontwaakt slapende krachten in ons.
Wij zijn de producten van onze eigen gedachten en begeerten, ook onze eigen architect. Gedachten bouwt onze
toekomst. Wij worden hetgeen wij denken. Er is een grote kracht in onze gedachten om negatieve en positieve
energie rondom naar ons te trekken. Waar een wil is, is ook een weg. We zouden edele gedachten moeten
herbergen, daar gedachten daden voorafgaan. De gedachten controleren onze fysische, mentale, financiële, zowel als
onze geestelijke welzijn. Laat nooit eender welke negatieve gedachte of twijfel indringen. Alhoewel we heel veel
kracht ter onze beschikking hebben, toch de ironie dat wij falen deze te gebruiken. Indien men het gewenste niet
verkrijgt, is men voor geen honderd percent toegewijd. Men is de oorzaak van al wat ons voorkomt. Men kan het
beste van het leven niet verlangen, wanneer we zelf ons best niet doen. Succes is bereikt langs een reeks goede
voorziene stappen die traag en met volharding zijn ondernomen. Stephen Covey zei: “De beste manier om uw
toekomst te voorspellen is deze te creëren.” Elke grote succesvolle daad was vroeger als onmogelijk geacht.
Onderschat nooit de potentiële mogelijkheden en de kracht van de menselijke geest en gemoed. Vele boeken
werden geschreven en gemotiveerde programma’s ontwikkeld voor de praktische toepassing van deze krachtige en
eenvoudige Gîtâ mantra.
(Dr. Ramananda Prasad)
4. Yaksha’s en Râkshasa’s. Zie 09.12 en 10.23.
Preta’s. Zij die vertrokken zijn. De ‘schillen’ van hebzuchtige en zelfzuchtige mensen na de dood; worden
volgens esoterische leringen in Kâma-loka herboren.
Bhûta’s. Letterlijk: zij die geweest zijn; geesten-spoken. Ze ‘demonen’ te noemen is onjuist, daar ze in feite de
uiteenvallende Kâma-rûpa’s van overledenen in Kâma-loka zijn. Het oproepen van de ‘geesten’ van overledenen in
spiritistische seances is derhalve ‘Bhûta-verering’, hoewel het niet denkbaar is dat Preta’s verschijnen.
6. De elementale wezens. “Zo zijn de atomen van het lichaam, de moleculen, de protonen en elektronen die de
fysieke stof van het lichaam vormen in zekere zin zijn kinderen en zij ondergaan de invloed van oude gedachten en
gevoelens. Zij lijden in zekere mate tengevolge van onze verkeerde daden en worden verheven door onze deugden.
Zo nauw zijn alle dingen met elkaar verweven, een levensweb waarvan elke draad het voortbrengsel is van
geestelijke magie. Ik zeg u dat wij verantwoordelijk zijn voor de atomen die ons lichaam samenstellen, of wij ze nu
bezoedelen of reinigen. En te zijner tijd zullen ze tot ons terugkeren om gereinigd te worden van de verkeerde
handelingen die wij erin hebben afgedrukt. Zo is het met alle innerlijke gebieden van de menselijke constitutie, de
voertuigen van zijn geest, zijn gevoelens en zijn denken.”
(Gottfried de Purucker: Wind of the Spirit)
10. Commentaar. De zuiverheid van het gemoed is het gevolg van zuiverheid van voeding. De Waarheid wordt aan
een zuiver gemoed openbaart. Men wordt van alle slavernij bevrijdt na de Waarheid te hebben aangenomen (ChU
7.26.02). Gokken, intoxicatie, onwettige seksuele relaties, en vlees eten is een natuurlijke negatieve neiging van de
menselijke wezens, maar zich van deze vier activiteiten distantiëren is waarlijk goddelijk. Men moet deze vier zonde
pilaren trachten te vermijden (BP.1.17.38). Zich onthouden van vlees eten is vergelijkbaar met het verrichten van
honderd heilige offers (MS 5.53-56).
(Dr. Ramananda Prasad)
14. Commentaar. Een geestelijke discipline of offer is niet compleet zonder een mantra, en een mantra is niet
volledig zonder geestelijke discipline (DB 7.35.60).
(Dr. Ramananda Prasad)
Dvija. Degene, die wordt ingewijd in de Mysteriën doorloopt volledig bewust de processen van sterven. Na de
inwijding teruggekeerd tot het uiterlijke leven wordt hij een Dvija genoemd, een tweemaal geborene.
Brahmacharya. Zie 08.11.
‘Strengheid’. Het woord ‘boetedoening” wordt in vertalingen ook veel gebruikt, en staat voor ‘ascese’.
17. Commentaar. Geweldloosheid, waarheid, vergiffenis, vriendelijkheid, de controle van het gemoed en de zinnen
worden door de wijze als ascese beschouwd (MB 12.79.18). Er kan geen zuiverheid van woorden en daden zijn, zonder
zuiverheid in gedachten.
(Dr Ramananda Prasad)
25. Moksha. “Het woord Moksha betekent, evenals het woord Mukti, vrijheid, bevrijding, verlossing van de banden
van het materiële bestaan in deze wereld, met andere woorden: Nirvâna. De wortels van deze woorden: much en
moksh betekenen beide ‘bevrijden’, of ‘verlossen’. Deze bevrijding is evenwel relatief, want zodra een wezen het
hoogtepunt van een bepaalde bestaantoestand bereikt, opent zich voor hem een nog hogere reeks van werelden
(planeten) om te beheersen, enzovoort, tot in het oneindige. Iemand die zijn onderscheidingsvermogen en spirituele
aspecten volledig tot werkzaamheid heeft gebracht en daardoor bevrijd is van de banden van illusie en begeerte, kan
beschouwd worden als iemand die Moksha of Mukti heeft bereikt. Een monade of verlicht menselijk wezen dat
tijdens het leven op aarde bevrijd is van onwetendheid en de daarmee gepaard gaande beperkingen, wordt een
Jîvanmukta genoemd. De Mahâtman’s en hoge ingewijden worden vaak Jîvanmukta’s genoemd. Dit woord is een
samenstelling van jîvan, ‘levend’ en mukta, ‘bevrijd’, dus ‘een die tijdens het leven bevrijd is’.”
(Judith Tyberg: Sanskrit Keys to the Wisdom Religion)