HOOFDSTUK 8

1. Brahman. Het Eeuwige Wezen.
          Adhibhuta: het principe van het objectieve bestaan. (De stoffelijke natuur.)
Adhidaiva: het principe van subjectieve bestaan. (De goddelijke natuur.)
Purushottama. Letterlijk: ‘Beste der mensen’. Metafysisch is het echter de geest, de Verhevene Ziel van het
Universum; een titel van Vishnu.
2. Adhiyajna. Het principe van het offer, incarnatie.
Madhusudhana. Een naam van de Heer Krishna (Kŗşna) – doder van de demon Madhu.
3. Onvergankelijke. Aksaram: Datgene wat niet onderworpen is aan de wet van Karma.
Karma: Stoffelijke actie. Metafysisch: de wet van vergelding; de wet van oorzaak en gevolg of ethische
veroorzaking. Er bestaat karma van verdienste en karma van berisping. Het is de kracht die alle dingen beheerst,
de einduitkomst van morele actie of de morele uitwerking van een ten uitvoer gebrachte daad ter verkrijging van
iets dat de persoonlijke begeerte bevredigt.
4.  Purusha. De mannelijke scheppende energie. De allerhoogste Purusha is de god-mens. God manifest en het
Ongemanifesteerde. Ook de spirituele Mens in ieder menselijk wezen – het spirituele Zelf. (Zie hoofdstuk 13) S.
Radhakrishnan zegt naar aanleiding van vers 4: de samensteller van de Bhagavad Gîtâ wil, dat wij een integrale
kennis bezitten van het goddelijke in al zijn aspecten. Daar is het onveranderlijke Goddelijke, het Brahman; daar is
de persoonlijke God, Isvara, het voorwerp van alle devotie; daar is het kosmische Zelf, Hiranyagarbha, de hoogste
godheid van de kosmos; en daar is de jiva, de individuele ziel, die deel heeft en aan de hogere natuur van het
Goddelijke, en aan prakriti, de veranderlijke natuur. (Hoofdstuk 7, vers 4 en verder.)
7. Commentaar. Het hoogste doel van het leven is om een persoonlijke uitgekozen God ten alle tijde in ere te
houden, zodanig dat men zich God op het stervensuur kan herinneren. De Absolute en onpersoonlijke God
herinneren is voor de meeste menselijke wezens een onmogelijke zaak. Een zuivere devoot, echter, is bekwaam de
ecstasy  van de innerlijke persoonlijke tegenwoordigheid van de Heer te experimenteren en Zijn Verhevene Woonst
te benaderen door Hem altijd te herinneren. Verblijven we steeds in een voordurende geestelijke bewustzijn.
(Ramananda Prasad)
8. Commentaar. Men komt tot geestelijke ontwaking en God’s visie door tijdens de meditatie steeds op God te
denken, in de stille herhaling van God’s heilige naam, en contemplatie. De inspanning van een hele leven schaaft
onze toekomst. Geestelijke praktijken zijn bedoeld om het gemoed door Zijn gedachten doordrongen, tevens aan
Zijn voeten bij de lotus te verblijven. Ramakrishna heeft gezegd, indien men iets verlangt dient men het Moeder
aspect van God in gebed te benaderen, in een eenzame plaats, met tranen van oprechtheid in de ogen, terwijl onze
wensen worden vervuld. Hij heeft daarbij de mogelijkheid aangehaald om binnen de drie dagen Zelfrealisatie te
bereiken. Indien een persoon door en door geestelijke discipline handhaaft, zal hij vlugger volmaaktheid bereiken.
De intensiteit der overtuiging en geloof met diep verlangen, rusteloosheid (totdat men rust in de Heer heeft
gevonden) intense begeren, en volharding bepalen de snelheid van geestelijke ontwikkeling. Het werkelijk
praktiseren van Hatha Yoga zijn niet de yogische oefeningen zoals aangeleerd in moderne yoga centra, maar door
consequent, in volharding, en met aandrang naar de Verhevene Waarheid te zoeken. Zelfrealisatie is geen
eenvoudige handeling maar een verloop van trapsgewijze geestelijke groei, te beginnen met de intentie, het
geleidelijk overgaan naar de plechtig gelofte (een eenzame beslissing), goddelijke genade, geloof, en uiteindelijk het
realiseren van de Waarheid (YV 19,30). De Verhevene Wezen is door het beluisteren van preken, het intellect, of
geleerdheid niet realiseerbaar. Het is enkel te realiseren indien iemand erna verlangt in oprechtheid en vaste
wilskracht. Door in alle oprechtheid aan onszelf te schaven, komt de goddelijke genade tot stand, en de Verhevene
Wezen ontsluiert. (Ramananda Prasad)
10. Prâna. Het levensbeginsel in de mens. In de esoterische filosofie wordt in het algemeen over Prâna gesproken
als die levenstroom uit Âtma, die zich in de meer fysieke gebieden manifesteert en de mens zijn vitaliteit verschaft.
Het oude Sanskriet literatuur spreekt van Prâna als de uitademing en als slechts één van de zeven levensadems die
in de mens werken. (Zie 15.14)
11.  Brahmachârya. De term wordt gewoonlijk toegepast op de eerste fase in het leven van de Brâhmana. (Zie 02.46)
12. Poorten. De negen poorten van het lichaam, de ogen, de oren, de neusgaten, de mond en de twee openingen
onder aan het lichaam.
13. AUM. Schriftuurlijke kennis heeft haar plaats, maar het is door directe realisatie dat het innerlijke kan bereikt
worden en het uiterlijke zolang afgelegd. Meditatie is de weg naar innerlijke realisatie en moet aangeleerd worden,
persoonlijk, en van een bekwame leraar. De realisatie van de ware natuur van het onbewuste leidt tot meditatie.

Hieronder, wordt een eenvoudige techniek van meditatie beschreven.

1.        Was uw gezicht, ogen, handen en voeten; en zit in een keurig, rustige en donkere plaats in een comfortabel
postuur, met hoofd, hals, ruggerecht recht en vertikaal. Geen muziek of wierook is tijdens de meditatie aanbevolen.
De tijd en plaats van de meditatie moet eerst worden vastgesteld. Goed de levensprinciepen, gedachten, woorden en
daden naleven. Bepaalde yogi oefeningen is nodig. Middernacht, s’morgens en s’avonds zijn de beste momenten om
te mediteren, 15 tot 25 minuten iedere dag.
2.        Herinnert u een naam of vorm van een persoonlijke god waarin uw geloof gevestigd is en vraag Zijn of Haar
zegen.
3.        Doe uw ogen dicht; neem 5 tot 10 minuten voor trage maar diepe ademhalingen.
4.        Vestig uw blik, uw geest (gemoed), en gevoelens binnen in het centrum van uw borst, de plaats van het
oorzakelijk hart en adem heel traag. Mentaal, zing “Raa” en adem in, en “Maa” en adem uit. Visualiseert mentaal
en volgt de loop van de ademhaling langs de neusgaten, naar het voorhoofd, en naar beneden tot in de borst of de
longen. Voel de adem en de gewaarwordingen in het lichaam, en blijf waakzaam. Tracht uw ademhaling niet te
controleren of te leiden, adem gewoon op een natuurlijke wijze.
5.        Bevestigt uw wil in de gedachte dat het verdwijnt in de grenzeloosheid van de lucht, terwijl u ademt. Indien
uw gemoed van de ademhaling ontwijkt, start opnieuw met stap 4. Wees regelmatig en volhard zonder uitstellen.

Het geluid van OM of AUM is een combinatie van drie hoofdgeluiden: A, U, en M. Het is de bron van alle
uitgesproken geluiden. Daarom, is dit het beste geluid als symbool van de Geest. Het is de oorspronkelijke impulsief
dat de vijf zenuw centra doet bewegen die de functie van het lichaam controleert. Yogananda noemt OM het
vibratiegeluid van de kosmisch motor. De Bijbel zegt: “In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God en
het Woord was God.” (Johannes 1:1) (OM, Amen, Allah). Deze kosmische geluidsvibratie wordt door de yogi’s
beluisterd als een geluid, of een mengeling van geluiden, of  van verschillende frequenties.

De “OM” meditatie (in het Engels “Omnic Meditation”), door de Heer Krishna bekend gemaakt, is een zeer
krachtige en sacrale techniek door heiligen en wijzen van alle godsdiensten in gebruik gebracht. Het combineert
Patanjali’s laatste zes stappen in drie gemakkelijke stappen, die aan oprechte zoekers kosteloos zal worden
toegestuurd door een schriftelijke aanvraag te richten aan de Gita Satsang, Parklaan 81, B9000 Gent, België, E-
mail: fb060913@skynet.be   - nadat ze geregeld gedurende een paar maanden bovenstaande meditatie techniek
beoefend hebben en na evaluatie van de ontwikkeling. Samengevat, de “OM” methode oefent het “gemoed” (de
geest) om doorlopend, het “AUM” geluid te verspreiden. Wanneer het gemoed door het repeteren van het goddelijk
geluid is doordrongen, het individuele bewustzijn verenigt zich met het Kosmische Bewustzijn.

Een eenvoudige methode van contemplatie is door de Heer Krishna in vers 8 medegedeeld, meer bepaald voor hen
die de conventionele meditatie zoals bovenaan beschreven niet kunnen volgen. (Ramananda Prasad)
16. De werelden. Alle werelden tot en met Brahmaloka zijn onderworpen aan het tijd-ruimetijke; alles is daar
vergankelijk. Maar, de Heer Krishna zei: ... Ik ben boven tijdruimte verheven, eeuwig...
17. Yuga. Tijdperk. De tijdrekening der Hindoes kent vier Yuga’s:
Krita-yuga                        - 1.728.000 jaren
Tretâ-yuga                        - 1.296.000 jaren
Dwâpara-yuga                -    864.000 jaren
Kali-yuga                        -    432.000 jaren

Deze vier Yuga’s vormen tezamen
1 Mahâ-yuga van 4.320.000 jaren.
1 Dag van Brahmâ is 1.000 Mahâ-yuga’s of 4.320.000.000 jaren of een Manvantara; de levensperiode van de planeet.
Een Nacht van Brahmâ of Pralaya is van gelijke lengte.
23. Bhâratarshabha. ‘Beste der Bharata’s. (Arjuna)
24. Vuur, licht, dag, enz. Onder de stimulerende invloed van de op aarde toenemende zonne-energie.
26 & 28. De eeuwigdurende paden van de wereld. Degene die de tweevoudige beweging in de natuur kent als een
eeuwig komen en gaan, als eb en vloed, weet dat ook de vruchten van verdienstelijke daden niet blijvend zijn.
Derhalve zal hij geen verdienstelijke daden doen om het resultaat, maar omdat ze verricht moeten worden. (Zie
06.38)
Vers 26. De yogi’s (de toegewijden), u en ik,  die na het overlijden door de gewesten trekken van Agni, de god van
het vuur, en van de goden van licht, dag, de heldere veertien en de zes maanden van het noordelijk pad van de zon,
zullen, daar ze ervan kennis hebben omtrent de Geest, door die goddelijke krachten geleid worden tot de gelukzalige
eenwording met de Eeuwige Verhevene. De toegewijden, die na het overgaan door de gewesten trekken van rook,
nacht, de duistere veertien dagen en de zes maanden van het zuidelijk pad van de zon, zullen, daar zij gehecht waren
aan de vruchten van hun daden, door de goddelijke krachten van deze gewesten geleid worden en, bekleed met de
glans van de maan, in de onzichtbare wereld de vruchten genieten van hun goede daden, waarna zij terugkeren om
opnieuw geboorte te nemen op aarde. Om beter te begrijpen, dus met andere woorden: ons leven is een
voortdurende strijd van op en neer gaan, dwalend  tussen licht en duisternis, en wij zullen door onze passiviteit
tegenover de hogere waarden van het leven weer langs het pad van duisternis dezer wereld  moeten gaan, totdat wij
door yoga-beoefening kennis verschaffen omtrent de “Eeuwige Geest” en langs het pad van de Zelfrealisatie en van
licht, algeheel opgaan in de Eeuwige Geest en Woonst.