Latijnse Oud (Rooms) Katholieke Kerk van Vlaanderen
(Onafhankelijke Apostolische Tridentijnse Geloofsgemeenschap)
© 2006 – 2009 Mgr. Philippe Laurent De Coster, Aartsbisschop Emeritus
|
De apostelen zagen Jezus van nabij. Pas geleidelijk begrepen ze wie Hij is en zijn Hem stilaan gaan vragen hen te
onderwijzen. Vooral twee dingen vielen hen in Jezus op. Op de eerste plaats zijn manier van bidden, zonder ophouden
dag en nacht, leven in de geest van gebed (een levenshouding). Ze hebben Hem ook gevraagd hun te leren bidden
zoals Hij dat deed. “Heer, leer ons bidden” (Lukas 11: 01). En dan op de tweede plaats zijn geloof die ook vertrouwen
betekend, dus zijn totale overgave aan de Hemelse Vader. Dit deed hen de cruciale vraag stellen: “Geef ons meer
geloof” (Lukas 17: 05).
De leerlingen hadden wel geloof, toch zwak daar nu en dan hun twijfels. Zij denken aan zoveel verhalen dat ze
meegemaakt hebben, bijvoorbeeld wat gebeurde met de vader van de bezeten jongen. Jezus had hem geantwoord dat
alles mogelijk is voor hem die gelooft, en de persoon had onmiddellijk uitgeroepen: “ Ik geloof, kom mijn ongeloof
tegemoet!” (Markus 9: 24) Hij ook gelooft, maar niet een geloof zonder twijfel. Jezus kon geen enkel ogenblik
twijfelen, daar Zijn rustige, vertrouwvol geloof op de Hemelse Vader berustte, de veilige zekerheid. De Hemelse
Vader beantwoordt onze verlangens naar onze noden.
Jezus bidt: “Vader, ik dank U, ik wist wel dat Gij Mij altijd verhoort” (Johannes 11: 41-42) Zo geeft de Zoon van God
zich over aan de Hemelse Vader omdat Hij zich als eerste aan Zijn Zoon heeft overgegeven.
In het licht van de wederzijdse overgave Vader en Zoon, ervaart de leerling dat zijn geloof nog maar aan het
beginstadium staat; en, dat het versterkt moet worden, en vermeerderd door het geloof van Jezus.
Geloof is immers niets anders dan deze: nederige, liefdevolle overgave aan Christus. Het is als het ware een opening
waar God de Hemelse Vader doorheen kan, een leegte in ons leven dat moet gevuld worden, een bres in onze
koppigheid en hoogmoed, waardoor Hij kan binnendringen, een zwakte waarop Hij inspeelt totdat alles is overwonnen
door Zijn almacht.
Maar, dat weinige geloof is al voldoende opdat Jezus bij ons zou binnenkomen. Geloof slechts en gij zult de macht van
God zien: “Uw geloof heeft U gered!” Hier wordt ons geloof, ook onze rijkdom, ook al was het eerst onze armoede.
“Geloof slechts en gij zult de wondere daden van God zien!”
Ook onze Apostolische Kerk, de Latijnse Oud Rooms Katholieke van Vlaanderen, als bruid van Jezus Christus,
waakt in het gebed. Wakend en biddend verwacht zij haar Heer, erkent zij zijn liefde en houdt zij Hem in haar armen
omstrengeld. Wij bewaren en geven door de lering van Jezus Christus in Woord en Sacrament. Onze levenshouding
in het gebed blijft een altijddurende Advent, in die zin dat Jezus door de prediking van het Woord en de
Sacramenten, vooral deze van de Heilige Liturgie van de Eucharistie, zonder ophouden op komst is. Trek op, Hem
tegemoet! Elke dag schenkt Hij ons Zijn Lichaam en Bloed, en ook de Geest dat Hij beloofde in de Eucharistie, het
Heilig Missoffer. Zo is Zijn liefde voor ons.
© Februari 2009 – Mgr. Philippe Laurent De Coster, Aartsbisschop (Emeritus)
Installatie van Zijne Excellentie Monseigneur Jean Frémont als Primaat van de Latijnse Oud Katholieke Kerk van Frankrijk (buiten Unie van Utrecht), en opvolger voor de Benelux van Zijne Excellentie Monseigneur Philippe Laurent De Coster, B.Th., D.D., Aartsbisschop van de Latijnse Oud Katholieke Kerk van Vlaanderen (buiten de Unie van Utrecht), op 8 juli 2007.
|
Klikken op afbeeldingen om te vergroten
|
1974 (Alpha - 2009 (Omega)
|